woensdag 19 december 2012

Beethovens negende

Gisterenavond heb ik in een mudvolle Vereniging, de concertzaal van mijn stad, voor het eerst de negende symfonie van Ludwig van Beethoven (1770-1827) gehoord. Symfonie nr. 9 in d klein, op 125, heet dat dan officieel. Ik weet weinig van muziek en muzieknotatie, maar kan gelukkig wel muziek ervaren en o, wat was dit prachtig! Beethoven zei over zichzelf: 'Vorsten zijn er vele, maar er is maar één Beethoven.' Dan kende hij zijn plek op de wereld, want wie dit gemaakt heeft, ja, daar past het woord 'geniaal'.

De uitvoerenden waren het Nijmeegs Studentenorkest, het Studentenkoor Alphons Diepenbrock, het Radboud Bachkoor en het podium was dus helemaal vol. Dit zijn geen topartiesten, maar als het in hun uitvoering al zo overdonderend is, hoe zal dat dit dan zijn wanneer topmusici het interpreteren? Ik ga maar eens in de bieb op zoek naar zo'n cd.

Wat mij gebeurde was, dat ik ineens door de straten en pleinen van Venetie dwaalde. Visuele beelden van de kades, het spiegelend water, de kleuren. Maar dat niet alleen: Ik zag Venetie plotsklaps ook in alle seizoenen: sneeuwlagen op de bruggetjes, grijze en blauwe tinten, en het werd lente, het rook er fris en vol verwachting. Ik zag de stad onder water staan, de mensen op het San Marcoplein in een zwoele zomernacht, de donkere kille steegjes. Zonnestralen die nu eens uitbundig schenen en dan weer nauwelijks. Ik dwaalde van de lagune, naar de stille visserskade in de nacht op de punt van het Lido, en dan weer naar de open zee aan de andere kant van het eiland.

In een ander gedeelte zag ik plotseling de scenes uit de laatste van Donna Leon, die met inspecteur Brunetti, een geboren Venetiaan, elke keer ook een ode brengt aan Venetië. Maar in deze literaire thriller Beestachtige zaken , kwamen ook donkere en duistere beelden voor van een slachthuis, vol bloederige mistoestanden. Verminkte en kermende dieren, de ondragelijke stank van dierenkadavers en oud bloed.

En al die beelden verdwenen uiteindelijk in het lyrische adagio en toen helemaal op het einde werden alle decorstukken als het ware omhoog gehaald. Er  kwam ruimte voor al die zangstemmen: 'An die Freude", met de terugkerende woorden Alle Menschen werden Bruder. Het podium vulde zich met al die menselijke stemmen, ze leken te verrijzen uit een oerdiepte en zich te willen verenigen met elkaar, naamloos, anoniem.

Ik noem Venetië wel 'de stad van mijn brein', en zo heb ik met deze symphonie een reis gemaakt, van het allerindividueelste, je eigen kronkelingen en machinaties, naar een wereld waar licht en donker elkaar afwisselen, naar een ruimte tenslotte, waar alles in één en  uit één ontspringt.