dinsdag 28 juli 2026

Poort naar de Hemel


 Ik dacht aan de dahlia’s van broeder Janus in de kloostertuin van Velp-Grave, dat hij mij leerde ze te dieven, om een zo’n groot mogelijke bloem te krijgen. Voordat hij broeder werd in het kapucijnenklooster heeft hij vele jaren met een medebroeder in Amsterdam gewoond, in de Spaarnerdambuurt.De andere was een intellectueel, maar hij werkte dagelijks in het Cultuurpark in de buurt, bij de Westergasfabriek.


Als hij broeder was geweest in New York, dan had hij wie weet in de Conservatory Garden kunnen werken. En in de nieuwe tuinen rondom het zwembad.


De ‘Poort naar de Hemel’ , wat voor mij zoiets is, als ‘verder willen dan het harde materiĆ«le’ kan allerlei vormen aannemen…Zijn medebroeder Jan studeerde vooral binnen, Janus was voornamelijk buiten: de groei, bloei, verval en weer opnieuw beginnen van de natuur, gaf hem alles; het koorgebed vond hij vaak sleur.


Er vlogen ook veel vogels in de wijdse ruimte, boven. Ik meende kraanvogels te herkennen en er waren ook grote roofvogels met een flinke spanwijdte aan vleugel. De vrouw die iets verderop zat, en die net als ik haar dag op het gras besteedde, had ook een verrekijker.
Ver kijken, om iets dichtbij te halen, en zo vrijheid ervaren; dat is ook ‘De Poort naar de Hemel’.