maandag 12 april 2010

Lentebom

Er is maar één week in Nederland waarin de lente helemaal doorbreekt en dat is deze week. Elke dag wordt het lichtgroener, de bloesembomen in het plantsoen staan roze en wit in bloei, de blauwe druifjes en de gele dotter in mijn vijvertje zijn uit gebarsten en ik heb er weer vijf goudvisjes rond zwemmen, de winterviolen zijn nu lenteviolen, de ribes is roze en de gele bolletjes waaien als pluizige balletjes aan de meer dan mens grote struiken. Hoe die heet weet ik nog steeds niet, al is het 20 jaar geleden ongeveer, dat ik de eerste struik er plante. En toch weer gele en rode tulpjes, ik was het vergeten en dacht dat ze alleen maar groen blad gaven.

Lentebom, dat is het woord dat ik al dagenlang in mijn hoofd bezig. LENTEBOM. Poef, pats, plof, yes, yes, yes!!! Geen tjakka, want daar houd ik niet van. Nu alleen maar weinig woorden voor dat grootse wonder van vernieuwing, elk jaar weer. Ik ga me weer uitstrekken op mijn windstille plekje in de uiterste hoek op het terras tegen mijn huis. Met een prachtig paar boeken, waarover een andere keer misschien meer.

donderdag 8 april 2010

Fiona Tan o.a.

Het loont de moeite om je naar het museum van Moderne kunst in Arnhem te vervoegen. Je kunt je daar op maken voor verschillende soorten van beleving. De hoofdtentoonstelling heet: De geheime schilderijen van Hilma Af Klint (1862-1944) een zweedse pionier van de moderne kunst. De titel verwijst al naar het dubbelzinnige van haar werk. Klint kreeg exacte aanwijzingen voor haar schilderijen van spirituele meesters en goeroes uit de kosmos, volgens haar zelve. Dit levert intrigerende doeken op, die anders orgineel en uniek, een pionierswerk had kunnen zijn in de zweedse moderne kunst.

Men ziet zeer grote doeken, 10 stuks bijvoorbeeld van 3,5 bij 2,4 meter, die zij zelf tempelstukken noemt. Ook het aantal en het formaat ervan, kreeg ze exact door. Het stelt de levensgang van de mens voor in pastelachtige en warme rozeoranje tinten: uivormig, bloemachtig, cirkels en eien, spiralerig. Best mooi, best intrigerend. Alleen al de grote ervan doet iets. Pas 20 jaar na haar dood mocht het werk openbaar gemaakt worden en sindsdien ontbreekt haar werk nooit als het thema 'spiritualiteit en kunst' is.

Tja, ik word er wat wrevelig van, ook. Ik geloof niet zo erg in stemmen en geesten van gene zijde, die daar grootse kunstwerken over Waarheid en Bestemming dicteren. Kennelijk wil de maker van de tentoonstelling deze gene zijde ook wat onzichtbaar houden. Dat is die zijde so wie so al, dus dat scheelt. Dus wordt Klint tegelijk een pionier van moderne kunst genoemd.

Het Dwingende dat om dat spirituele hangt, bevalt me niet en daarom is het een verademing om in een ander gedeelte van het museum de installatie Disorient van Fiona Tan (1966) te zien. Tan, dezelfde achternaam als die van mijn ene grootmoeder, heeft een Chinese vader en een Australische moeder, is geboren in Indonesie en woont sinds haar 17 e in Nederland.

Een aan me verwante mengeling van Oost en West, daar zelf geen tegenstelling in ervaren en dus altijd bezig met het zoeken naar verbinding en relativering. Ze noemt zichzelf een "professionele vreemdeling, met een identiteit gedefinieerd door wat ik níet ben." Kijk, daar kan ik wel wat mee. Ze is internationaal doorgebroken. Wereldburgers als haar, die maken mij altijd blij.

Disorient speelt zich af rondom de ontdekkingsreiziger en wereldreiziger Marco Polo, die in zijn tijd, de omgekeerde reis maakte als Tan: van het Westen naar het Oosten. Tan gebruikt dit gegeven door je mee op reis te nemen en iets van de passie van de verzamelaar dichtbij je te brengen. En tegelijk de consequentie daarvan: wie verzamelt uit andere culturen, rooft ook, pakt af.

In die prachtige zaal van het museum, die aan een kant een glaswand heeft met een panorama over de uiterwaarden van de Rijn, kun je je in zitkussens in het donker laten zakken en aan de ene kant mee dwalen in een wonderkamer, een schatkamer vol spullen uit China en andere exotische oorden. Aan de andere wand scènes uit het dagelijkse leven, wereldwijd.

Fiona Tan lijkt er mee te willen zeggen: we kunnen ons niet meer opsluiten in één kultuur en één identiteit. Alles en iedereen heeft met elkaar te maken. Globalesering: dat is geen proces buiten ons, maar speelt zich op alle niveaus af, ook binnen ons.

Context

De zonnige lentebeelden van mijn rondwandelingen van de afgelopen dagen circuleren nog in mijn hoofd. Tot nu toe bekeek ik de natuurlijke omgeving van mijn stad vanuit de stad, maar nu wist ik waar de stad lag, en dwaalde erom heen. Dáár, achter de bocht van de stuwwal, daar ligt mijn stad, en kijk ! , in deze groene weilanden met boerderijen en gehuchten, dit is het dal, omsloten door de stuwwal, daar achter, heel in de verte stroomt de rivier en daar woon ik bijna aan.

De wijdsheid van de omgeving en je zelf daar niet het middelpunt in achten, maar alleen maar een vlek in het landschap, dat is verfrissend. Het werk van Katrin Korfmann (1971)doet hetzelfde met je: ze doorbreekt een vertrouwde context, waardoor je je bewust wordt van je eigen conditionering: Je dénkt dat alles gewoon en vertrouwd is en hoort en past en dan merk je door de ingreep die zij doet, dat het een rare, door onszelf ontworpen wereld is, waar we ons in bevinden.

Op Schiphol plaatste ze een witte open kubus met daarin een rijtje gewone reguliere wachtbankjes die je daar overal ziet. Iedereen kan er plaatsnemen en er zijn, zoals je dat daar anders ook doet: wachten, wat lezen, rondkijken. Maar nu kijk je naar wat jezelf doet en dat is verkwikkend. Op een plein in Turijn plaatste ze een roze wand, in San Sebastian in Spanje een blauw open octrogram, op de Zeedijk in Amsterdam witte wanden aan weerzijden. Je kunt er langs en inlopen: doen wij dat, zijn wij dat, ben ik dat?

In Arnhem in het museum voor moderne kunst, is er in de tentoonstelling Sideways, haar werk Count for nothing (2008) , te zien. Metershoge samengestelde foto's van mensen op dezelfde plek: Cambridge studenten en hoogleraren op een groen grasveld. Vrouwen in een zwarte nihab op een Arabisch plein. Afrikanen met gekleurde spulletjes op een zandvlakte. Mensen worden er vlekken van in een veld, ogenschijnlijk bijna gelijk, waar ook ter wereld, deel van een patroon.

Ik vind het prettig om ook zo eens te kijken, naar de busy bussiness, die we met zijn allen zijn. Miertjes in een mierenhoopje, meer niet. We doen heel uniekerig, maar vanaf boven ziet het er ongeveer hetzelfde uit. Ze schakelt de factor tijd uit doordat eén foto uit zovelen bestaat. Ze zet de mensen, zonder aanzien des persoons naast en boven en achter elkaar.

Daarom kijk ik zo graag naar kunst: Wanneer ik kan voelen dat een kunstenaar nagedacht heeft over de wereld en de mensen daarin. Niet om een oordeel te vellen of partij te kiezen. Maar het simpelweg aandacht geven aan de innerlijke en uiterlijke wereld, die een ieder van ons is, door zoveel werk te verzetten om er beelden van te maken: dat ervaar ik als verhelderend en verlichtend in de meerdere betekenissen van het woord.

woensdag 7 april 2010

Kalfje

Eerst was er een Paasvuur: hoge vlammen die loeiden en oranje vonkenregen telkens als er met de tractorriek weer grote takkenbossen van de afgeknotte wilgen op werden gegooid. Wat een idyllische omgeving. De eerste witte bloesemtakken gestoken tussen het gereedschap in de schuur, met de lange tafels met eten en drank.

Grote grijswitte Franse koeien die tussen de hooibalen staan, de frisse lente weilanden met aan de horizon de stuwwal, kleurige lichtjes boven de hooibalen om te zitten: je waant je er midden in Frankrijk. Het was de kalverentijd: vier lichtgele kalfjes lagen al in de kraamstal dromerig te slapen of zetten op hun wankel lange poten wat stapjes.

Die nacht zouden er wellicht weer twee koeien hun jong krijgen. Van de ene, oude werd bij het vuur gezegd, dat deze misschien een tweepersoonskoe zou baren. De krommige Duitse vertaling dat er een tweeling op komst zou kunnen zijn. We gingen kijken in de kraamstal. Boer G en boerin T, waren er al bij. Iets wat een geboortekrik heet, een ijzeren stellage om de koe tegen te kunnen houden, en zelf te kunnen trekken aan het kalf, was al in werking gezet, terwijl de achterpoten van het jonge kalf ook al vastgebonden waren.

Boer was aan het trekken en boerin gaf aanwijzingen. Er verschenen twee smalle poten uit de opening. Aaah... Maar ze verdwenen weer en koe gaf bijna geen persweeën. Boer trok en trok, met al zijn kracht, maar verder dan de knietjes kwam er niet naar buiten. Geschreeuw van boerin T. Gekreun van boer G. 'Moeten we niet helpen?', vroeg ik I. Maar I had dit al gevraagd aan T en die wilde dat niet.

Lawaai en spanning steeg, daar in die donkere schuur. Het lukte niet. De koe ging er ook nog eens bij liggen, wat het geheel bemoeilijkte. Toen sprong G over de hekken heen. G komt van de Oostenrijkse Alm en is dit de helft van haar leven gewend geweest. Ze begon ook mee te trekken, met al haar kracht, aan de houten stang aan de andere kant van het touw die vastzat aan het jonge kalf.

Je zag de buik van de moederkoe golven en uitstulpinggen maken; hier was een kalf in worsteling om door het geboortekanaal een weg te vinden. Ook I. en ik sprongen het hooi in. Met vier mensen, met alles wat je in je hebt, hebben we getrokken. En Ja!, daar kwam het kalf. Tot halverwege. Grote glanzend ogen, een natte neus.

Toen ging het héél snel. We gaven al onze krachten, maar moederkoe was doodmoe en gaf geen weeën meer. Het jonge kalf zat voor de ene helft binnen en voor de andere helft buiten. Muurvast. De ogen werden doffer, ze reageerde niet meer op het water dat in haar gezicht werd gegooid. Ze liet het leven. De opties veranderden in: moederkoe redden, ook het dode kalf moest er zo snel mogelijk uit. Dat lukte, uiteindelijk.

Wat een belevenis. Het beeld wat me het meest bij is gebleven, is helemaal in het begin: die twee smalle poten, die naar binnen glipten en dan weer tevoorschijn kwamen uit de smalle opening. Soms bewoog daar trillend, razendsnel iets slangachtigs bij. De tong van het kalf. Lebberend, likkend, smachtend naar het leven.

Het komt me voor dat wij ook zo zijn. Hoe klein de opening ook is naar het licht, hoe duister het ook rondom je is: iets in je Moet en Zal en Wil. De volgende ochtend bleek er spontaan een ander kalf geboren te zijn, zonder interventie van mensen, zonder vereende krachten. Zo is het leven ook.

zaterdag 3 april 2010

Mesquita (3)

Exact een jaar geleden ben ik er geweest: in Cordoba en helemaal onder de indruk van de Mesquita, de grootste moskee van Europa. (Zie blogjes 31 maart en 2 april 2009) . Deze moskee met de roodwitte bogen was ooit, in de 10e-12e eeuw het middelpunt van het islamitisch kalifaat in Spanje en Portugal. Ergens in de Pyreneeën is er nu een plaats waar herdacht en gevierd (!) wordt, dat daar de Moren door de kruistochten een halt is toegeroepen. Ware dat niet gebeurd, dan waren we nu met zijn allen Moslim.

Was het maar zo ver gekomen, ben ik nu geneigd om te denken. Want het is vreselijk, afschuwelijk en akelig wat ik nu weer in de krant lees: een groep van 120 Oostenrijkse islamitische toeristen bezocht de Mesquita. Die door de christenen consequent een kathedraal wordt genoemd: in 1236 heroverde koning Ferdinand III Cordoba terug van de Moren en werd er midden in de Mesquita een kathedraal gebouwd, door 400 van de 1200 prachtige pilaren stuk te slaan.

Zes van die 120 moslims kregen spontaan de behoefte om er te gaan bidden, vanwege de religieuze sfeer die er hangt. Dat mocht niet van de beveiligers, de politie werd erbij gehaald, er on stond een opstootje en twee van de zes zijn gearresteerd. Je houdt het toch niet voor mogelijk: een verbod om te bidden omdat de christenen menen dat deze heilige plek alleen van hun is.

In 2006 blijkt de toenmalige bisschop dit verbod ingesteld te hebben, want een 'dubbelfunctie' van hun kathedraal zou leiden tot verwarring bij de gelovigen en niet ten gunste komen van het interreligieuze debat. Weer een staaltje van de fijne kerk, die in mooie woorden alleen maar intolerantie propageert en volkomen blind, doof en ongevoelig is, om gewoon met je zintuigen te kunnen ervaren dat de sfeer van de Mesquita, je vol laat stromen met Leven: het is onmiskenbaar een heilige plek.

Toen ik er was, en soms was ik er een ochtend lang, werd er veel gebeden. Door individuele moslims. Niet op een matje richting het Oosten of wel richting de Mihrab, een lege plek waar men Allah, dan wel God aanwezig acht, maar al staande en zittend bij de pilaren. De Christenen kwamen met veel bombarie, in roze en paarse gewaden in processie binnen schrijden, in de ochtend, voerden hun mis uit en vertrokken weer.Waar is de echte tolerantie nu aanwezig? Ik heb jarenlang in een wijkcentrum gewerkt die vroeger een kerk was en die elke Zondag daartoe nog dienst deed. Ik zette elke Vrijdag de grote zaal van het wijkcentrum in 'kerkstand', rijen stoelen en een doorgangpad richting het altaar. Onderwijl kwam de koster en zette er de bloemen alvast klaar, richtte het marmeren altaar in, dekte de tafel. Ik trok een fluwelen gordijn voor de bar en de biljarttafel, zodat deze uit zicht waren, klaar. Ik vond het altijd wel iets moois meditatiefs hebben, om in het ochtendlicht langzaam in een gewone zaal, een gewijde sfeer te voelen verschijnen.Maar elke Zaterdag was er ook een Marokkaans koranschooltje. De vaders van de kinderen dronken er thee en tijdens de gebedstijden slopen ze met hun matjes naar de zijkanten van het altaar en gingen daar bidden. "Ook dit is een huis van God" zeiden ze daarover en daarmee was alles gezegd. Allemaal mogelijk, voor de Islamhetze van de afgelopen jaren, sinds nine-eleven 2002.

Een Moslim die ik ooit interviewde, Meneer Mansjoer ( zie gelijknamig blogje, 23 april 2009) zei over de hoofdoekjes: 'Die hele hoofdoekjeskwestie gaat in feite over gelijke rechten. Het gaat over gelijkwaardig, volwaardig burgerschap, die hoofddoekjes die worden door sommigen wel gedragen en door anderen niet, dat is helemaal geen islamkwestie, dat is cultuur. Wil het Westen aan anderen een toegang geven tot hun welvaart of wil men een tweedeling behouden in de wereld tussen arm en rijk, en noemt men arm daarom maar dom en achterlijk?'

Een woordvoerder van Vaticaanstad, heeft de 'hetze' tegen de katholieke kerk rondom het seksmisbruik, alweer vergeleken met de achtervolging van de Joden in Nazi tijd. Als je al deze gegevens werkelijk tot je huid door laat dringen, dan is alleen maar te concluderen dat in de christelijke hiërarchische mannenkerk men gigantisch aan projectie, ontkenning, splitsing, fabulatie doet. En nog meer van dit soort psychologische termen.

Het is Stille Zaterdag voor de christen: hun God is afwezig, vandaag. Laat hem maar wegblijven. Laten we kiezen voor een houding, een gevoeligheid, de sensu amoris, de verlichte geest, de overgave van het hart, waar Leven en Licht overal stroomt, resoneert en niet gebonden is aan onze kleine voorstellingen van tijd en plaats. Het Geheim van het leven is velen malen groter, ruimer, wijder, lichter, dan dat wat wij ook maar een beetje, ooit, kunnen bevatten.

Gisterenmiddag een prachtige kruismeditatie bij de Clarissen beleeft. De kunstenaar die in kleurige Paul Klee-achtige sfeer de 14 kruisstaties heeft vormgegeven, heeft Jezus consequent in wit afgebeeld: als het ware niet aanwezig, dus. Wit staat bij hem voor kwetsbaarheid. Dat is het wat voordurend gekruisigd word in deze wereld: het kwetsbare. Alleen aanwezig en in staat weer op te staan, als het de ruimte krijgt. Ruimte. Heilige Ruimte.

vrijdag 2 april 2010

Resonantieruimte

Rob Schoutens titel van zijn column deze dag in Trouw is Licht leven: 'Vandaag moeten we het hebben over de lichtheid van het bestaan', zo begint hij. Opmerkelijk, in een krant waar een groot deel van de lezers een christelijke gezindheid heeft. Want vandaag is het zo ongeveer de zwaarste dag van het jaar in dit christelijk beleven: Jezus wordt vandaag gekruisigd en morgen is de christelijke wereld een dag zonder God. Bij de katholieken worden alle kruisen boven de altaars weggehaald.

Rob Schouten pleit voor het Italiaanse Sprezzatura, een term uit de 16-e eeuw voor de ideale houding van de hoveling in Castiglione's gelijknamige boek; boek van de hoveling. Het is iets van moeiteloze spontaniteit, een soort nonchalance, die Schouten ontwaart in de muziek van Mozart of Chopin of in de guirlandes van een Italiaanse fresco.

Hij noemt ook Milan Kundera's boek: De on dragelijke lichtheid van het bestaan. Hier is, mijn inziens, lichtheid on dragelijk omdat dit verwijst naar de altijd durende stroom van trivialiteiten waarin een ieder zich altijd bevindt. Al is er iemand dood of beleef je intense rouw, ben je ziek of onmachtig en gekwetst: des avonds heb je gewoon weer te eten, je gaat slapen en de volgende dag wordt je weer wakker met weer dezelfde handelingen te verwerken. Totdat je zelf dood gaat. En dan gaat ook alles gewoon dóór, zonder jou.

Ook verwijst hij naar de film La Vita e Bella, waar Roberto Begnini zijn zoontje door het concentratiekamp loodst door overal een spel van te maken. Lichtheid is hier het creeëren van een andere werkelijkheid, die er door het gezamenlijke spel evenzeer is. Deze vorm van licht leven, dat is mooi als je dat kunt: Mind over Matter.

Daar gaat het in het christelijke verhaal natuurlijk ook uiteindelijk om: hoe smadelijk de dood van Jezus ook is, over de hele wereld wordt nog steeds dat ongelofelijke verhaal vertelt, ondanks de on dragelijke lichtheid van het bestaan. Zoals ik zonet ervaarde, toen Jezus in de Mattheuspassie net had geroepen aan het kruis: Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?, de telefoon ging en het de postcodeloterij bleek te zijn en dat terwijl ik me allang geleden heb aangemeld bij de site: Bel me niet.

Enfin. Dan vervoeg ik me maar naar Hans Andreus, die de dichter van het licht wordt genoemd. Ik vind een mooi gedichtje waarvan ik zou willen dat er zo met taal werd omgegaan. Niet om een werkelijkheid te willen behouden, te verdedigen of te redetwisten. Taal, alle woorden ze zouden iets kunnen doén. In elk verhaal dat verteld wordt, in wat we met elkaar kunnen delen:

Maar nee, woorden,
deze woorden, zijn niet

in de eerste plaats
om iets vast mee te leggen

ik zou iets in ze
vrij willen maken:

de resonantieruimte
van het licht.

(Uit: De holte van het Licht)

donderdag 1 april 2010

Brücke

Wat een weer. Hagelachtige sneeuw tegen het raam. Ik kan toch niet voor de derde keer Mama Mia! gaan bekijken, waar Meryl Streep op een zonovergoten Grieks eiland huppelt en zingt en danst in een tuinbroek? In het wijkcentrum regent het chocolade eitjes, plakken paasbrood, geel paasgebak en gele primula's. Elke groep viert haar eigen feestje.

Gelukkig een mooi boek gevonden in de Slegte om in weg te duiken: Künstler der Brücke in der Sammlung Hagemann. Kirchner Schmidt-Rottluff Nolde, mooi uitgegeven door het Hatje Catnz Verlag. Mijn spinn-off van het bezoek in het Groninger Museum, waar nu een tentoonstelling is van deze kunstenaarsgroep. Oorspronkelijk uit Dresden, later naar Berlijn verhuisd, Duitse Expressionisten van voor de Tweede Wereld Oorlog.

Het boek bevat zwartwit foto's waar je kunt zien hoe Carl Hagemann (1867-1940), een chemicus en industrieel omgaat met kunst: alles, zijn slaapkamer en zijn eetkamer, het hangt helemaal tjokvol schilderijenen, etsen en houtsneden: kunst maakt de ziel uit van zijn leven. De verzameling als geheel is een kunstwerk op zich: daar waren Kirchner en hij het over eens.

Ik ben even helemaal weg van dit Duits expressionisme. De thematiek ademt een zomerse vitaliteit: naakt zwemmen, het circus, de dans, het stadse leven op een terras, zigeuners, de beeld en vormtaal die hangt naar Afrika... open savannes, aards bij het lichaam, dat soort associaties gaan in me om. Dat deze kunstenaarsgroep tegelijk een vriendengroep was , ze samen schilderden aan de oever van een meer en het daarbij lijkt alsof ze de kleuren van elkaars palet bij elkaar leenden: verrukkelijk.

Zo'n zin van Erich Heckel uit een brief: Ich glaube, es ist wohl auch in meinen Arbeiten hier mehr und mehr von dem Wind und den bewegten Büschen, den gebogen Bäumer und dem bewölkten Himmel darin heitere Sommerruhe, was ja zu dem eigenen Suchen und unruhigen Sehnen auch besser passt ... die prikkelt mijn zinnen. Ach, laat het maar weer gauw zomer worden.

'

German Expressionism 1905-1913. Brücke-Museum Berlin, in the Groninger Museum from Groninger Museum on Vimeo.