donderdag 29 september 2016

C. weg bij Appie

C., hij heeft de naam van een zanger, de bedrijfsleider van de Albert Heijn naast het wijkcentrum gaat weg.Vandaag schreef ik die aankondiging bij het geld potje voor een afscheidscadeau. Hij is een jonge vent, maar je zou al bijna kunnen zeggen, helaas, met oude waarden. Hij hecht aan het idee dat hij de winkel in de buurt is en dat hij goede contacten onderhoudt met de buurtbewoners. Afgelopen zaterdag was hier de Grondelbraderie en hij zorgde voor saucijzenbroodjes en kaasbroodjes als lunch en voor limonade voor alle vrijwilligers.

Hij gaat weg bij Albert Heijn omdat hij  de richtlijnen van het hoofdbureau in Zaandam niet meer kon uitvoeren. Hij moest zijn personeel tot dingen zetten, waar hij niet achter kon staan. Nu heb ik zelf heel lang vleeswaren gesneden bij de Miro, de grote zus van Appie, en daar was het van een 'vrije bende', als je het werk maar afkreeg, dan maakte het niet zoveel uit hoe lang je koffiepauze nam, naar 'het keurslijf': precies een kwartier heen-en-terug. De personeelskantine lag veel  trappen op, helemaal aan de andere kant van het gebouw.

Alles draait allemaal om die ene gedachte: tijd is geld. Elk persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel is geheel verdwenen. Ik las ergens dat er onderzoek is gedaan naar wat efficiënter was: géén rijen voor elke kassa, maar het systeem zoals het in de Primark is: er wordt omgeroepen naar welke kassa je mag gaan. Een caissière zou daarmee gemotiveerder en dus efficiënter werken, omdat er een groepsdruk is: dan durf je geen gezellige praatjes meer te maken met klanten: want dan kijken collega's je scheef aan.

Maar wat blijkt nu? Het is niet zo. Caissières met een eigen kassa-rij werken over de hele linie harder, ze hebben meer aanslagen per minuut. En waarom? Omdat ze niet willen dat de mensen in de eigen rij te lang moeten wachten. Caissières vinden het ook prettig, dat sommige vaste klanten bij hun in de rij komen staan, al is die rij langer dan bij de collega naast je.

Dit alles getuigt, lijkt me, van het gegeven dat menselijk contact een deel van de werkvreugde is. Groepsdruk als aanjaageffect gaat uit van een aardig zwart mensbeeld: vermeende dreiging en veroordeling van je peergroup, je collega's, zou je harder doen werken. Maar nu blijkt dat zelfstandigheid en eigenheid je harder doet werken.

C. de zanger, die bedrijfsleider is, hoopt een baan in de sport te vinden. Da kan hij doen waar hij goed in is: dichtbij mensen staan en hen aanmoedigen. Hij heeft het Wijkcentrum altijd gesponsord, middels kerstbroden, bakplaten, verrassingspakketjes. Bij acties met verzamelplaatjes, kwam hij een bak met wat over was  brengen, zodat kinderen alsnog hun verzameling compleet konden krijgen. Als ik Appie inkwam , wist ik altijd meteen of hij in het pand was. Er hing warmte in de winkel, als hij er was; zijn personeel deed dan vanzelf met hem mee. Ik zei hem dat een keer, en hij glimlachte.

Reis-rijst-tafeltje

Ik ben in nostalgische stemmingen. Dat komt waarschijnlijk door al die nieuwe spullen van Vader en Moeder in mijn huis, zodat je ook weer met nieuwe ogen kijkt naar je eigen spullen. Omdat je ze moet herschikken, om ook plaats te maken voor dat andere.Dus de herinneringen buitelen over me heen. Ik zelf heb toch ook heel wat spullen die ik meenam van verre reizen. Alleen moesten ze klein zijn en handelbaar, passend in een rugzak, waarmee ik toen nog op reis ging.

Het grootste wat ik ooit heb meegenomen, is een langwerpig  plastic vitrinekastje met bovenop de woorden: relative time en het getekende hoofd van Einstein op en getekend horloge, die ik vond bij het grof vuil bij de grootste boekhandel van Seattle. En daarin zitten nu schelpen van over de hele wereld: maar vooral die uit Fiji. Dat is eigenlijk de verste exotische bestemming die ik bereisd heb. Het was indertijd een stop-over mogelijkheid van een retour naar Nieuw Zeeland.

Ik bedacht me, dat ik zou kunnen gaan reizen naar de herkomst van de spullen die ik nu van Vader en Moeder heb. Een houten beeldje van Paaseiland, een klein aardewerken figuurtje uit Columbia, enzovoort. En dat ik dan geen souvenir mee terug hoef te nemen, want die heb ik thuis dan al. En naar Indonesië natuurlijk;  het land van herkomst, ook ik had tot mijn 28ste een Indonesisch paspoort.

Al met al bracht het me in de stemming om Indonesisch-achtig te gaan koken voor de boekenclub die morgen komt. Daar hoort bij dat je al een dag van tevoren begint, want een rijsstafel-achtig iets, dat zijn meerdere gerechtjes bij witte rijst. Dus vanochtend maakte ik 'mais-frikandel', zoals mijn oma dat noemde: koekjes van mais en fijngesneden prei, in de olie gebakken. En ik maakte vast kerrie-eitjes en dat wordt dan een geel eitje naast een bruin eitje, want ik ga ook nog Babi Ketjap maken: gesneden speklapjes met veel knoflook en versgemalen nootmuskaat, een snufje kaneel en dat heel lang, tezamen met hardgekookte eitjes met sneetjes erin, laten sudderen.

En dan komt er nog iets atjar-achtigs bij: komkommer in azijn met suiker, en boontjes gekookt in kokosmelk, en dan twee soorten kroepoek. Misschien nog worteltjes in citroen, met wat gekonfijte gember erdoorheen. Dan visualiseer ik daarmee een kleurig bordje eten. Het is zo kleurig, als dat ik ervaar dat mijn afkomst is; een soort eerbetoon dus aan  mijn  niet-Nederlandse, niet-Europese afkomst. Alhoewel ik me nu ook geheel Nederlands en Europees voel. Zo ging  het leven...

woensdag 28 september 2016

Spullen

De afgelopen avonden was het al koud en kil, wanneer de zon ten onder was gegaan, was het binnen pas weer aangenaam. Maar vanavond is dat niet zo. Er hangt wat warmte in de lucht. Dus ik zit, met een fleece deken over mijn schouders geslagen buiten, met kaarsjes aan. Het is heerlijk stil, alleen het blad van een populier ruist in het plantsoen.

Het ruikt naar beginnende herfst, een beetje naar vochtige aarde, een beetje naar verrotting en noten. Ik zou willen dat een mens de constitutie had om altijd vooral buiten te zijn. Buiten voel ik me meer levend dan binnen. Maar ja, binnen heb ik ook nodig, voor al mijn boeken en spullen, zoveel spullen, nu er ook spullen uit het huis van mijn ouders zijn bijgekomen.

Zoveel spullen, dat al hun vijf kinderen als ze dat willen, materie van alle vijf de continenten in hun huis kunnen halen. Plus dingen die al hun leven lang mee zijn gegaan. De ene heeft een witte ronde asbak met zwart van binnen en de ander een metalen bakje met op het dekseltje twee vissen en ik zie het nu op foto's waar ik twee jaar was: op de vensterbank, op een tafeltje, daar stonden ze al.

Er is al heel veel door iedereen het huis uitgedragen en nu komt nog een ronde voor de kringloopwinkels. O, dus het is mogelijk dat ik binnenkort met een Kho'tje thuiskom?, zei vriend T., die daar regelmatig rondkijkt. Ja, dat kan dus, over een maand ofzo. Zelf krijg ik in het huis ook al een rondstruingevoel. Er vallen spullen op, die ik nog nóóit heb gezien. Zusje zag een soort van thema: er zijn nogal wat spullen, kleiner en groter die achter het uiterlijk, een opbergplekje hebben. Iets kan onverwacht open en dicht.

Nu begint het onverwacht heel erg te jeuken bij mijn voeten. Verborgen insecten in het donker.Tijd om van buiten naar binnen te gaan, ik opende hier even mijn blog, en nu gaat het weer dicht.

Levendige links

Kunstenaarscollectief Ruangrupa
Het is wel een verdrietige constatering. Meerdere mensen in mijn omgeving, die korter of langer in kloosters verbleven, soms jarenlang of delen van het jaar, dus niet als gast (en  daar begint het al mee), hebben de ervaring dat er uiteindelijk nooit een communicatie op gang komt die getuigt van gelijkwaardigheid en wederzijdse betrokkenheid.

Gisteren zei ik tegen iemand: het lijkt alsof je een verhouding begint met  iemand die getrouwd is, maar dan niet met één ander, maar met zoveel individuen als een communiteit telt. Je bent solidair, je hoort de diverse belevingen, maar als het erop aankomt en je blijkt zelf ook een stem te hebben, dan sluiten de geledingen zich. Het is net al de positie van een minnares: het is vanzelfsprekend dat je meeleeft met je minnaar, maar die heeft nog dat eigen leven en jij hebt je daarnaar  te schikken.

Je zou dus kunnen concluderen, dat het voor leken geen goede zaak is om je diep verbonden te voelen met een kloostergemeenschap. Zo'n gemeenschap heeft, naast de uitstraling naar buiten: een plek van geloof, religiositeit en spiritualiteit zijn, waar je het maar druk mee hebt, in feite genoeg aan zichzelf: aan de eigen beslommeringen en sores.

Waar kun je dan heen, als leek? Ik geloof steeds meer dat het aan jezelf is, om de bron waaruit je leeft zelf vorm te geven: te zoeken naar momenten en plekken die je voeden en inspireren. Dat kán ook een klooster zijn... natuurlijk.  Zoals dat in feite ook geldt voor elke kloosterling: je blijft zelf verantwoordelijk voor je eigen groei: dat je met beide benen op de grond staat, tegelijk met de handen gericht naar de hemel. Ik dacht daarbij, dat het gemeenschapsleven bedoelt is als groeiplek: de tuin waarin je tot bloei komt.

Zo ben ik op de een na laatste dag dat het nog mogelijk was, naar Sonsbeek '16 gegaan: die transACTION heette en de curator was een Indonesisch kunstenaarscollectief dat Ruangrupa heet en bestaat uit veertig kunstenaars, schrijvers, historici. Alleen daarom al, met mijn half Indonesische wortels, wist ik begin juni al, dat ik per se zou gaan kijken. Het beeldvignet bestaat uit luciferhoutjes: heel, gebroken, half-verbrand en aangestoken. Centraal voor de werkwijze van Ruangrupa is de gemeenschap, uitwisseling en vriendschap; je bent mens in een maatschappij: kunst is geen eilandje op zich. Dat is hun uitnodiging aan kunstenaars: maak iets waar mensen  aan kunnen deelnemen, zo word je vanzelf alert dat een gemeenschap nooit op zichzelf staat, maar deel is van een nog groter geheel.

En in mijn Wijkcentrum stond ik bij de geboorte van een nieuwe groep die zich Levendige Links noemt. Hun vignet bestaat uit tien handen die elkaar bij de pols vasthouden en zo samen een cirkel vormen. Ze willen mensen met sociale en fysieke beperkingen bij elkaar brengen en laten mixen met 'gewone' mensen. Ervaring, Kracht, Herstel: Samen doen! is hun motto. Zo'n houding gun ik elke kloosterling, die vaak wel sterke handen in de lucht weet te strekken, maar soms weinig naar elkaar en daarbij  met beide voeten op de grond blijven staan.



zondag 25 september 2016

Kindje T.

Het leukst van een kind in je omgeving is dat je ter plekke de wereld ziet ontstaan. Ter plekke zie je dat de wereld nieuw kan zijn, zoals een ontdekkingsreiziger voet aan wal zet. Met kindje T. , bijna drie, of nét drie, wat was het nou?, in het kinderboerderijtje tegenover mij. Hij zag voor het eerst schildpadjes in het echt. Schildpadjes, schildpadje, herhaalde hij, met zijn handjes tegen het glas van het aquarium.

Ertegenover een bak met een grote steen, een rode lamp met één schildpad. Eén schildpad, herhaalde hij. Alsof ook het getal één ineens binnen viel. M. had verteld dat ze besloten had om op de zondagochtend uitjes met hem te maken. Kleine en grote. Op de fiets naar de kinderboerderij in de buurt was een kleine. Met de auto naar Orientalis of het Afrikamuseum was een grotere. Nu met de bus en op bezoek en een kinderboerderij, viel onder de middelgrote.

Maar het uitje dat in een jaar tijd de grootste indruk op hem gemaakt had, was een half uurtje in het bos geweest, waar hij voor het eerst paddenstoelen had gezien. En dat was grappig: aangekomen in mijn huis stond hij bij de kerststal en plukte daar van alles wat er te zien is, het kleine rood met witte stippen paddestoeltje eruit!

Ach, en wat maakt een kind nog meer mee? Met een klein lepeltje voorzichtig de soep naar zijn mond brengen en heel vaak zeggen dat het lekker is. Met een beetje moeite zijn positie vinden op mijn campingstoeltje. Een lucifer helpen aansteken. En nog een En nog een. De twee autootjes , vuil en met spinrag ontdekken op de rand van het raam. En dan plots wel de hele grote stenen kikker in zijn beide handen houden die aan de rand van het vijvertje tussen het groen en de varen staat!

Leuk, zo'n kind. Misschien is dat de echte drive van de voortplanting. Niet om jezelf of de mens te willen laten voort bestaan, maar om de eigen al platgetreden paden van je wereld te vernieuwen. Alle mensen zouden regelmatig jonge kinderen om zich heen moeten hebben. Dat houdt de geest jong en geneest je van al te veel zwaarwichtigheid.

donderdag 22 september 2016

Familie

Wat is het toch een wrange werkelijkheid: als je in het hart van een ieder kijkt, dan wil iedereen natuurlijk goede banden hebben met de familie waar je uit komt. Je hoopt op harmonie en dat je elkaar begrijpt en ondersteunt , want welke mensen lijken er nou meer op jezelf dan die naaste familie? Dezelfde genen, dezelfde oorsprong, uit hetzelfde nest.

Maar juist met hen, je familie, is het vaak heel anders. Zoveel literatuur getuigt hiervan. In families worden de grootste kwetsingen gedaan, hele veldslagen uitgevochten. Het is natuurlijk ook zo, dat je juist in familie vast zit in een groepsdynamiek die vorm heeft gekregen vanaf je kindertijd. De oudste voelt zich vaak oververantwoordelijk en anderen schoppen tegen je aan, de jongste voelt zich vaak niet serieus genomen en blaast zich op. De middelsten voelen zich vaak onzichtbaar en worden bemiddelaars of juist platgedrukt.

Misschien is dat nu heel anders: nu vele families bestaan uit twee kinderen en niet meer. En misschien is er ook niet meer die oude familiedynamiek, als gezinnen worden opgebroken en zich weer mixen met anderen. Al die nieuwe samengestelde families: misschien wordt daardoor de kwetsing en de kokervisie wel minder. Dat zou toch een mooie bijkomstigheid kunnen zijn!

Uit het niks komen er de regels van Paul van Vliet:
Ik drink op de mensen
die bergen verzetten
die door blijven gaan
met hun kop in de wind
die met vallen en opstaan
blijven geloven
met het geloof van een kind.

Het is een vreemde paradox: je wordt nooit meer het kind dat je was. Maar dat kind in je is tegelijk  die zwakke, tere plek in je, waar je het meest gekwetst kan worden. En nu komen die klassieke regels van Ramses Shaffy boven, fijn hoe je brein soms werk voor je doet:  Zing, vecht, huil, bidt, lach, werk en bewonder.


Klimop

'U woont in een kabouterhuis!' zei de man van het onafhankelijke bureau, dat een soortement definitief advies gaat geven over de klimopbegroeiing in relatie tot de staat van mijn huis. Nou ja: mijn huis: van de woningbouwvereniging. 'U  bent geen doorsnee huurder!' vervolgde hij, zonder nog een voet binnen gezet te hebben. 'Ík vind dit heel leuk! Ik hou hier wel van!' Om vervolgens te zeggen dat zijn persoonlijke beleving natuurlijk wel los stond van  het technisch oordeel, wat hij zou vellen.

Er moet wel wat weg, om het beheersbaar te houden, klimop is als onkruid', zei hij als eerste. Oei. Hij had zelf vorig jaar alle klimop bij zijn schuur weggesneden tot twintig centimeter boven de grond. En dit jaar was het gewoonweg weer vijf meter omhooggeschoten. Met een apparaatje betaste hij de muren. 'Nul procent vocht: de muren zijn droger dan bij mij thuis!' zei hij. 'Wat is dit toch een bijzondere opdracht, meestal ben ik op zoek naar vocht', zei hij.

Enfin. Op het einde zei hij, dat hij er nog eens goed over moest nadenken. De klimop op de muren hoefde in ieder geval niet weg. Maar hoe het moest met het stuk dat de aanvliegroute is van de mussen en ook helemaal begroeid is met bruidssluier, dat wist hij nog niet. Ondertussen heeft de buurman me de tip aan de hand gedaan om, als de klimop weg moet ik in ieder geval moet opteren voor vogelhuisjes: een dame in Amsterdam had er dertig bedongen om een mussenkolonie te redden.

Ik ben benieuwd naar de uitslag. De laatste missie hieromtrent, mocht de uitslag negatief zijn, is mussenkolonie-redders zoeken. Al googelend kom ik Stichting de Mussentoevlucht tegen Het voelt aan als in de studententijd: ergens voor gaan  met de notie dat je samen sterker bent dan alleen.