donderdag 31 mei 2012

Medals of freedom

Soms komen dingen op een merkwaardige wijze bij elkaar. Ik liep de trap af met twee boeken die terug naar de bieb moesten: Barack en Michelle, van Jodi Kantor, Het openbare huwelijk van de Obama's, is de ondertitel. Zeer lezenswaardig: je ziet die twee 'gevangen' in het Witte Huis. Barack, die altijd gelooft heeft dat hij via de politiek en zijn groot talent om verschillende soorten mensen en opinies toch bij elkaar te brengen en dacht werkelijk een revolutie te kunnen bewerkstelligen als president, en Michelle, die vanaf hun studententijd al sceptisch was over de werkelijke invloed van de politiek.

Het andere boek is van Jan Karski: Mijn bericht aan de wereld voor het eerste verschenen in 1944. Ondertitel: Geheime koerier, verzetstrijder en eerste ooggetuige van de Holocaust. Ik zeg hem in  Shoah van Claude Lanzmann, maar wist toen nog niet dat hij het is geweest die voor het eerst in het Westen heeft bericht over de concentratiekampen en dat door zijn toedoen Amerika besloten heeft om te helpen met de bevrijding van Europa. In de dvd zie je een kleine, schriele man op een bank in een mooi appartement , omringt door boeken en kunstwerken en hij zegt in het Engels met een zwaar Oost Europees accent: Now I will go back to Warschau... Je ziet zijn gezicht vertrekken door de gruwelen en de horror die hij ziet voor zijn geestesoog, hij staat op en zegt: NO, I will not go back, I cannot...Hij loopt weg, de lange gang door, je ziet hem ijsberen, zijn gezicht afvegen en dan komt hij toch terug en vertelt zijn verhaal.

Hoe hij zijn eerste stappen zette in het Joodse getto in Warschau, toen hij net bij het Poolse verzet zat, en daar in de hel tercht kwam, in een levend dodenrijk, de lijken van mensen op de straten, iedereen een schim, de stank, de wanhoop. Hij werd indertijd verplicht om het te zien zodat hij deste levendiger het als koerier kon gaan berichten. Daar kwam het eerste besef dat het werkelijk bedoeld was om de Joden allemaal te vernietigen, dat deze ook niet meer als mensen werden gezien, getuige het spel dat hij zag: Jonge Duitse soldaten speelden in het getto Jagertje: wie het eerst een loslopende Jood kon doodschieten.

Die twee boeken dus, en ik sla de krant open en lees dat er aan Bob Dylan een Medal of Freedom, de hoogst mogelijke onderscheiding voor en Amerikaanse burger, is uitgereikt door Obama. Bob Dylan! Ik zie de Obama´s in hun jongere jaren luisteren naar die liedjes en dit lijkt me een actie waar ook Michelle Obama van harte mee eens is, dacht ik. En toen bladerde ik verder in de krant en las dat ook Jan Karski postuum dezelfde Medal of Freedom is uitgereikt. Maar Obama heeft een kapitale verspreking gemaakt, waarna  de premier van Polen, Tuski, wil dat Obama zijn spijt hierover betuigt en de minister van buitenlandse zaken wil zelfs de officiele excuses van de VS. Obama sprak over de Poolse vernietigings- en dodenkampen, maar bedoelde de concentratiekampen van Auschwitz en Buchenwald....

Ik had pas in het boek, gebaseerd op honderden interviews met de naaste medewerkers en vrienden van de Obama´s, gelezen hoezeer het presidentschap ook een uitputtingsslag is voor Obama. Arme Obama. Zou Jan Karski zelf zo´n spreekfout Obama aanrekenen? Ik vermoed van niet. Karski zelf maakte door vermoeidheid ook enige blunders tijdens zijn verzetswerk. Zijn indruk van het Witte Huis lijkt op die van de Obama´s, die heel erg moesten wennen aan het cleane en onpersoonlijke van hun nieuwe leefomgeving. Karski schrijft, toen hij bij president Roosevelt op bezoek kwam: Het Witte Huis maakte de indruk van een landhuis, nieuw en solide gebouwd, omgeven door bomen en stilte (...) Het zag er uit als het huis van een edelman op een groot landgoed.Mijn hart klopte in mijn keel toen ik het Witte Huis betrad.(... ) Dit was het dus, het zenuwcentrum van de macht.

Jan Karski, gestorven in 2000, is van 1952 tot 1992 hoogleraar politicologie geweest in Washington en is nooit meer naar Polen teruggekeerd. Zijn boodschap voor het Westen was, toen het hem gelukt was om in 1942  het Westen te bereiken en men hem vroeg wat hij van hen verwachtte: ´De materiele hulp die we van u krijgen is van groot belang. Maar het is nog oneindig veel belangrijker  uw idealen, uw manier van leven, uw rechtvaardigheid in het openbare leven, de Amerikaanse democratie en uw oprechtheid in de buitenlandse politiek naar Europa te brengen´.

Dit is gebeurd. Duitsland is van Hitlers monstergezicht veranderd in Angela Merkels menselijke gezicht. Peanuts, zo´n verspreking van Obama. Flauw om hem dat aan te rekenen.

woensdag 30 mei 2012

Oma's eieren

Ineens stond ik weer in de keuken van mijn oma, in een flat in Voorburg, te kijken naar de wonderlijke potten die zij hoog op de schappen had. Mijn oma stond altijd in de keuken, met meerdere dampende kruidige gerechten in pannen op het fornuis, kroepoek,  schaaltjes met atjar en sauzen, gesneden komkommertjes, wortelschijfjes in de vorm van bloemetjes en als je de keuken in kwam dan duwde ze je een bordje in de handen en zei: Pak maar! Ze kon nauwelijks Nederlands, maar haar eten sprak boekdelen, zo heerlijk, zo kruidig, je raakte er helemaal verrukt en vervuld van.

Daar stonden dus ook grote glazen potten met...? Ik wist als kleuter-kind niet wat het was: grote lichtgele, oranje soms groenige, of  zelfs blauwachtige 'toverballen'. 'Telor', zei ze, en het waren dus eieren, eendeneieren en kippeneieren. In stukjes gesneden, ook bedoeld als een van de randversieringen op je bordje.

Deze herrinnering sprong op, nadat T. uit zijn tas een grote glazen pot haalde en daarin dreven dezelfde ballen, eieren, dus. Hij had er een pindasaus bijgemaakt, die precies zo smaakte als die van mijn oma, zo vol aroma, zo gelaagd van smaak en hij vertelde dat er wel twintig kruiden inzaten. En in het 'sterke water' van de eieren ook zoiets en korianderblaadjes en... O, wat smaakte het me! Het was één van de hapjes, meegenomen voor de Dans en Muziekavond: het was een waar feestje en  dat was je entreebiljet: een snack of een hapje. Er was nog saus over, en ook het 'sterke water' en a la mijn oma zei hij : pak maar, neem maar mee naar huis.

Maar ja, wat moet je met zo'n halve pot saus en met dat sterke water, waar ik nog een keertje eieren in kon laten weken? Jammer om zo'n rijk soort water weg te kieperen, maar moest ik nu alle Pinksterdagen eieren gaan eten?  Het antwoord volgde alras: midden in de nacht kookte ik  eieren, stopte ze in de pot en nam ze twee dagen later, gisteren dus, mee voor mijn projectgroep in de bossen bij 'ons' projecthuisje. Ik drapeerde ze in vieren gesneden op een schaaltje  op een melba-toastje, gooide er royaal de diep donkerbruine saus overheen en zei net als mijn oma: Pak maar!

maandag 28 mei 2012

Pinksterdagje Twee

Met de Pinksterdagen is het wel fijn om in mijn stad te zijn, want de ochtend begint dan met een dienst bij de Clarissen om 9.30. Op de fiets er naartoe slaapt mijn hele stad nog, zo lijkt het. Nauwelijks auto's, stil. Aangekomen zat ook de voordeur nog op slot en ook de zijdeur, waar je de fiets neer kan zetten, tegen het keukenraam aan.

 'Dit is toch veel mooier dan al die standaarddingen, hier moet het naar toe, dit is de toekomst, zo verstild', zei zuster C. tegen me, tegen wie ik bijna aanliep bij het koffiedrinken.Verrassend om dit zo van haar te horen, met haar heb ik niet zoveel contact, behalve dat ze me weleens fluisterend in één zin  complimenteerde over een artikel, hoe ik iets voorgelezen heb, hoe ik dans en dan liep ze vlug weer door. Dat denk ik nu: ik zie de zinnetjes uit de loop van de jaren ineens op een rijtje.

Met zuster R., die nu de hovenier is en E. een rondgang door de tuin. R. had het orgelspel iets te weinig geoefend, vond ze zelf, ik vond het wel speels en huppelend klinken, ja dat was ook wel de bedoeling geweest, maar zij had al een beetje genoeg gehad van het oude Engelse wijsje en had vooral de laatste tijd met haar handen in de aarde gezeten. Ze hadden aardappelen gepland op een stukje verwaarloosde grond, en uien ernaast en E. die eigenlijk bang is voor regenwormen en ander klein kruipend goed, had zich er overheen gezet met handschoenen en hoge kniekousen en laarzen aan, en had, verhip, ontdekt hoe leuk ze tuinieren vond. Nu ging ze elke dag in de tuin kijken of er al een nieuw groen uiensprietje te voor schijn was gekomen.

Na de dienst naar het Waalstrand. Nog steeds in een rustige stad: het is dan ook 'pas' half twaalf. Ook op het strand heb je dan de beste plaats, een beetje hogerop, tegen het gras aan met  zicht op mijn stad aan de ene kant en de brede waal tot waar hij  met de vele boten aan de andere kant, langs de dijk en de welig begroeide uiterwaarden, de bocht omgaat.  In de  bieb is het koel, dus even dit blogje. Waarna ik doorfiets naar de Musical meeting: Muziek van allerlei windstreken in Park Brakkestein. Laat de geest maar waaien... En de computers gaan hier zo UIT.

zondag 27 mei 2012

langzaam

De tijden veranderen.
Nichtje Lisa typt hier op haar EIGEN laptop op een accu buiten in haar tuin in een tentje (van 31 euro voegt zij toe), dit blogje. vanochtend riep ze toen ze mij even zag typen: wat ben je LANGZAAM!!!! Sorry dat ik het zeg hoor, je bent wel heel erg langzaam. Zusje vertelde me dat ze ook een keer mijn loopje heeft nagedaan: ook al heel erg langzaam.


oja, als we een toetje willen dan moeten we zo naar binnen, we hebben stracitella ijs. dit zegt lisa tegen mij maar ik lig lekker zacht voor het eerst van het jaar weer in een tentje. dus ik weet niet of ik wel wil opstaan. zusje verscheind voor de tent opening, ze doet een monster na maar eigenlijk zich zelf. vreemde schrapende geluiden buiten wijzen erop dat ze de weber BBQ aan het schoon maken is wat er zouden toch eens muizen kunnen komen, HELLUP!!!!


Vandaag op het Beuningse strand een groot sprookjesslot gebouwd. Lisa zit te experimenten hoe ze het beste kan tiepen in haar tentje zittend met de laptop naast haar? of op schoot? maar nu ligt ze dan met de grote laptop op haar buik. terwel ik heerlijk relaxt naast haar lig, fijn zoon tiepiste! waar waren we gebleven? oja op heb  strandje dus. een nieuw spel. wie scoort is kiep. begrijp jij wat dit is? nou ik niet. dat is toch logich, zei lisa, de regels zijn duidelijk wie scoort is kiep. dus zo gaat het spel dan.


ja de tijden veranderen want Lisa zei: wacht even, dan doe ik een muziekje op. dus nu tiept ze met een erg rustgevend muziekje van richard Stolzman hoe ze daar aan komt God mag het weten.dat zit bij de voorbeelden van muziek zegt lisa. o zeg ik  weet ik veel. weet je wat volges mama mijn nieuw stopwoordje is zegt liisa : wacht even. dus denk ik dat lisa best wel van langzaam houd.


nu gaan we een stracitella ijsje eten.

zaterdag 26 mei 2012

Iets Pinksterachtigs

Nu heb ik het in de hand om mijn werk zó te plannen, dat ik vrij ben als ik iets anders Dringends heb. Dat was ooit anders. Toen was ik afhankelijk ven de goodwill van de roostermaker en wanneer je niet op goede voet met hem stond, en zo was het, dan heb je een subtiel spel te spelen van het  'onverschillig-vrij-vragen', want anders was het mogelijk dat hij me met opzet wél inplande. Vreselijk. Voor mij blijkt in dat soort kleine dingen, de kwaadaardigheid van mensen. Pesten, macht uitoefenen, heimelijk grinniken dat je een ander een hak kan zetten. Niet vreemd dat dit in oorlogsituaties tot groepsverkrachtingen, verminkingen en wat al niet meer ontaardt. Het is de vergrotende trap van hetzelfde.

Maar ik dwaal af. Want wat ik wou zeggen is, dat ik zelf nu zo dom ben geweest om vanavond niet naar de vigilie-viering voor het Pinksterfeest  bij de Clarissen te kunnen, omdat ik me zelf gepland heb in het Wijkcentrum. 'Als het maar iets Pinksterachtigs is', zei zuster R. gisteren lachend. Dat verwacht ik wel: het is de eerste Dans- en- Muziekavond die we er organiseren, de slingers en gekleurde vlaggetjes hangen er al en afgelopen Donderdag draaide men al een beetje warm. Degene die al weken muziek aan het samenstellen is ervoor, zette het geluid harder, en ja, er werd al spontaan tussen de tafeltjes van het kaarten door, een dansje gemaakt. Ik verheug me wel op vanavond!

Steeds meer mengt zich voor mij de wijze van het klooster door de rest van mijn wijzen van zomaar-leven. Ook in het klooster zelf, waar ik de weg weet, in kasten kan kijken en opbergen; de kaarsjes, de doeken, de klankschaal... niks zo fijn en ook bijzonder om na drie kwartier in stilte in de kapel te hebben gezeten na de vespers, vervolgens in mijn eentje de koorbanken te verschuiven, de mediatiebanken overal vandaan te zoeken, de lichtgroene cd van Arvo Part, vast in de speler te schuiven, het geluid te testen. En daarna naar de refter, voor het 'etentje-in stilte'.

Ik kan dus volmondig 'Ja' zeggen, dat voor mij de Dansavond in het Wijkcentrum ook iets heeft van de geest van Pinksteren in het klooster. Het is dezelfde geest van vuur en verlangen en verbondenheid die op beide plekken waait.

vrijdag 25 mei 2012

Flying dutchman

Afgelopen zondag was ik nog in Amsterdam en bij het ontwaken zat de lucht potdicht, grijs, regen en wat doe je dan? Lezen. Er lag een boek voor mij klaar: Arend van Stefan Brijs en de eerste zin is: 'Arend had nooit geboren mogen worden'. Dan wil je verder lezen en Arend blijkt een jongetje dat al in de baarmoeder probeerde om niet op de wereld te komen door zich zo dik en groot mogelijk te maken. Dat hij mocht verrotten in het donker, dat was zijn wens, in de buik van zijn moeder. Deze had zich via kunstmatige inseminatie laten bevruchten in de vaste overtuiging dat zij een dochter zou krijgen. Anna heet ze en ze wil niks met mannen te maken hebben, ze is op jonge leeftijd door haar vader misbruikt.

Ziehier Arend die het daglicht gaat zien, huilend almaar door als peuter,om zijn bestaan weg te kunnen werken.  Hij wordt een dik, gedrochtig, hinkend jongetje dat dan op het idee komt dat hij wil kunnen vliegen, zich van de aarde verheffen, om zo het aardse leven te kunnen verlaten. Hij gaat daartoe vleugeltjes sparen, van vliegen en vlinders en vogeltjes,  terwijl zijn moeder er alles aan probeert te doen om ook zijn bestaan te minimaliseren, ze slaat hem en sluit hem op in huis.

Toch is ook moeder geen monster: je begrijpt haar perspectief; het zal je maar gebeuren om vast te zitten aan een kind dat altijd huilt en die alleen maar uitstraalt geen lol in het leven te hebben, een donkere huilende vlek in je bestaan. Als het ware. De enige die zich om Arend bekommert is Hans, de bovenbuurman. Langzaam wint hij het vertrouwen van Arend en ja, dan maakt hij grote vleugels voor Arend van echte arendsveren, en dan...

Dit boek las ik en toen ik op het einde van de ochtend weer opkeek brak buiten de zon door, flarden blauwe lucht verschenen weer, tijd dus om heel snel naar buiten te gaan. Nog helemaal met mijn hoofd in dat boek, in het hoofd van Arend, die net als de pathologische seriemoordenaar in Silence of the Lamb iets spaart om zelf te kunnen transformeren:  Daar huid van vrouwen en bij elke vrouw die hij daartoe ombracht, liet hij de cocon van een zeldzame vlinder achter, hier bij Arend vleugeltjes van die vliegen en vlinders, liep ik de Hortus in.

Ik kwam in een oude kas, waar rupsen zich ontpoppen en daar steeg een grote oranje vlinder vlakvoor mijn ogen van het groene blad op. Nog nooit zó de stille zwevende lichtheid ervaren van het vliegen. Alsof ik van binnenuit, vanuit het grote logge lijf van Arend de verrukking kon voelen van het zonder zwaarte je van de grond te kunnen verheffen. Flying Dutchman, zo heette deze vlinder.

Zo is het verlangen in elke ziel om zich te ontpoppen, om uit die cocon te komen, die je zelf eerst moet maken door je vol te eten.  En dan groeit er iets anders, je breekt door, je verkreukelde vleugels die voor het eerst de oude bekende maar tegelijk geheel nieuwe wereld aanraken, moet je een paar uur laten drogen in de lucht en dan, dan verkennen ze dat nieuwe element: kleurrijk stijg je op.

donderdag 24 mei 2012

Wonderneus

In praktische zaken kijk ik meestal niet verder dan mijn neus lang is. Zo bleek mij gisteren weer eens. Al anderhalve maand word ik door L. ingewijd in de nieuwe muziekstromingen. Ik ben ergens blijven steken in de jaren tachtig, toen Toppop mijn belangrijkste infobron is. Ik ontvang cd'tjes, zet die op en laat me meevoeren. Onlangs een cd vol vrouwen, weet ik veel wie en nam het gewoon tot me: steeds verschillende vrouwen, steeds andersoortige nummers, stemmen, muziekinstrumenten vloeien van het ene in het andere, je geest gaat ervan dwalen.

Wist ik veel wie. Wilde ik het weten? Ik weet het niet.Maar nu bleek dat alle nummers, met de uitvoerende artiesten, heel netjes geschreven waren op de binnenkant van de plaatjes-met-gedichten afkomstig uit een oude agenda. Ik zag alleen het plaatje, gestoken in het hoesje, dacht 'leuk plaatje- leuk gedichtje' en dat was dat. Wie komt er nu op om dat eruit te halen, open te klappen, op zoek naar namen en titels? Ik niet. Kennelijk ben ik niet naamgevoelig en nu vind ik het ook leuk dat ik van niks wist, want nu is een stem, een menselijke stem en niet een grote naam zoals er toch tussen in zat. En een lied was een lied, niet behorend bij een specifiek repertoire.

Heel veel context, omgeving, imago,  kleuren en vervormen alleen maar en maken je het onmogelijk om helder en onbevooroordeeld waar te nemen en te ervaren. Ik las vanochtend een gedicht van Judith Herzberg uit Bijvangst (1999) en die zegt eigenlijk hetzelfde. Het gedicht gaat over een ander gedicht van Edward Taylor 1644-1729), die aan de oppervlakte over  een wesp gaat, maar daaronder over je eigen waarnemings- en ervaringsvermogen. Het begint met twee regels uit dat gedicht:

OVER EEN WESP

Lord, cleare my misted sight that I
may hence vieuw thy Divinty

Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo'n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder 'wonder' mee mag doen.

Ik kijk liever nooit verder dan mijn neus lang is. Want elk wonder begint vlak onder je neus.