woensdag 27 oktober 2010

Slof, slof

Soms wil ik een film zien uit nieuwsgierigheid. Soms blijf ik alleen maar nieuwsgierig en wil het toch niet gaan aanschaffen. Zo heb ik al een paar keer met de film Into The Wild in mijn handen gestaan. Willem Jan Otten, die katholiek geworden schrijver, meldde eens dat deze gaat over transcendentie en jezelf overstijgen. Otten zit er voor mij meestal naast, zo had hij in hetzelfde artikel een volkomen loos verhaal over de film The Truman Show en ook ooit eens iets over Back to the future.

Maar onlangs kwam ik in het weblog van de abt van de abdij van de trappisten De Koninghoeven in Berkel Enschot, wéér deze film tegen, die volgens hem gaat over het monastieke leven. Dus wie weet, wellicht komt het er binnenkort toch van. Dan is de kijkvraag: waarom heeft deze film voor die abt daar mee te maken? Toch niet alleen door de zinsnede die daarin voor blijkt te komen: 'een zinvol leven, is een gedeeld leven', mag ik hopen. Want dat is zo'n clichee.

Nou heb ik pas wel een film gezien, uit nieuwgierigheid, met een zelfde soort van titel: Where the Wild things are. De film kwam in dezelfe tijd uit als Avatar. Avatar zit vol special effects en het gaat over een andere beschaving met blauwe wezens die het beter doen dan dan wij, onderkruipsels van hebberige mensen.

Where the wild things are, gaat over een 9-jarig jongetje dat last heeft van agressie-aanvallen, hij loopt weg van huis, stapt in een bootje en komt aan op een eilandje waar hele grote monsters wonen. Die worden in de film uitgebeeld door hele grote poppen, waar mensen in zitten, zo'n beetje als Pino in Sesamstraat. Deze film zou daardoor warmer en echter zijn dan de digitaal bewerkte Avatarmonsters.

Het jongetje wordt koning op het eiland en door de omgang met deze monsters leert hij op de een of andere wijze iets over Where the Wild things are... hij leert zijn agressie in toom te houden, hij wordt tam. Is dat dan toch weer dezelfde zin: 'Een zinvol leven, is een gedeeld leven?' ... De beelden die me het meest bij zijn gebleven is het jongetje dat in woestijnvlakten sjokt, met een van de monsters in zijn kielzog. Slof, slof, sjok, sjok. Dat komt omdat ik zelf op deze wijze the wild things in mijzelve een plaats geef: sjok, sjok, slof, slof, langs velden en wegen en bossen en zanden. Sjok, sjok... slof, slof... Kom maar, lief monstertje van mij...