dinsdag 31 maart 2020

Neverwhere

Het was altijd al zo, dat ik in mijn hele rits rijtjeshuizen, waarvan ik er eentje op een hoek bewoon, degene ben die het meeste in de tuin zit. Nu in Corona-tijd valt het me extra op omdat ik elke dag in de tuin heb gezeten en bij bewolkter weer wel een tuinklusje deed. Afgelopen zonnige zaterdag was de ‘boze buurman’ aan zijn extra schuurtje aan het klussen op het dak en verscheen kort zijn gestalte op de ladder en dat was het. Mijn andere buren heb ik sinds mijn thuiskomst nog niet gezien. Ik had meer contact met ze toen ik op Bali was. Je weet nu, dat iedereen dus binnen zit...

Alleen bij het ophalen van de klikobakken bij mij op de hoek weet ik dat ik buren heb. Er waren hier al nooit straatfeesten of een buurtapp en buurtactiviteiten, maar ook in mijn verdere omgeving, hoor ik geen geruchten uit tuinen of menselijk stemmen. Eigenlijk is het ongeveer doodstil, op die enkele fietser of voorbijganger na, als ik eens buiten mijn tuin kijk, maar het gedrag is haastig en afgebeten, er hangt niks in de lucht van flaneren in de lente... Beide buren hebben wel voedselplekken voor vogels in de tuin gemaakt en dat verklaart de laagvliegende bewegingen van de mussenkolonie en merels en een koolmees-stelletje in mijn tuin. ‘Alleen de vogels vliegen van Oost naar West Berlijn’... Zij zijn het in mijn  omgeving als enigen die frank en vrij natuurlijke bewegingen maken...

Enfin. Gisteren zat ik in de wereld van Neverwhere van Neil Gaiman. Ik kocht het boek op het einde van mijn verblijf in Londen, op een lente avond bij de nog geopende boekhandel langs de Thames en de reden was dat er in het begin een sfeertekening is van Londen en haar verschillende buurten, die mij toen, en nu dus weer, terugbrachten in de 10 dagen dat ik er rondliep. Wat een fijne stad is dat geworden met zoveel verschillende sfeertjes, maar ook nu is het een spookstad. Louter de aanwezigheid van mensen die onbevangen hun gang gaan met en langs elkaar heen, alleen dat maakt de wereld bewoonbaar...

Neverwhere is wel een heel geschikt boek om in deze Corona-tijd te lezen. Hoofdpersoon is Richard Mayhew, een zakenman die in Londen leeft met een veeleisende verloofde die hem elke week tot Gallery en museumbezoek dwingt omdat zij in die wereld werkt, hij heeft haar net een heel dure verlovingsring gegeven, maar is vergeten om een toprestaurant te reserveren, er is dus geen plaats voor het belangrijke zakenetentje dat zijn vriendin er met haar baas en hem wil houden,

Hij durft het haar niet te vertellen en dan, onderweg erheen, roept een meisje van 16, gevallen op straat en bebloed om hulp.Richard besluit haar te helpen en neemt haar mee naar zijn appartement en door hiervoor te kiezen, in plaats van het te negeren, zoals zijn verloofde verordent, heeft zij op het antwoordapparaat thuis al ingesproken dat  de verloving voorbij is. Vanaf het begin al, voel je dat er rare en andere dingen aan de hand zijn... twee duistere mannen in kleding die sporen dragen van meerdere eeuwen, zijn op jacht naar het meisje Door. Deze naam is dubbelzinnig want zij blijkt als gave deuren te kunnen openen, zij is een telg uit een beroemde familie die al is vermoord door hen in... London Below. Er blijkt dus een onder-Londen en een boven-Londen te zijn.

De volgende ochtend, het meisje is alweer weg, blijkt Richard Meyhew niet meer te bestaan in zijn wereld. Niemand ziet hem meer, hij is onzichtbaar geworden. Hij is nu een onderdeel geworden van de wereld onder, de mensen en wezens die tussen de barsten van de realiteit zijn gevallen en daar sindsdien een leven moeten opbouwen. Er is een labyrint-achtige wereld, onzichtbaar voor de gewone wereld, met plaatsen en plekken die even kunnen worden gebouwd, meestal in de nacht, en ook zo weer verdwijnen... Richard wil terug naar zijn gewone bestaan en zoekt daarvoor het meisje Door op een drijvende markt die dit keer in het warenhuis Harrods zal plaatsvinden en hij moet daartoe over een brug van duisternis gaan, die hem ook kan opslokken... Hij vindt haar uiteindelijk en zij beiden moeten op zoek gaan naar Angel, een wit figuur dat uit louter licht bestaat en tijdelijk aanwezig zal zijn op een tentoonstelling over engelen in het British Museum.

Nou ja, de vergelijking met de huidige tijd is evident. Net zoals Richard bevinden we ons nu in een Neverwhere. Ineens weet niemand meer wat de dag van vandaag zal brengen en ook niks over de nabije toekomst. Ik weet nog niet of Richard zijn gewone leven weer zal kunnen oppakken en de wereld is gevallen in die barsten van wat eerst de gewone, dagelijkse werkelijkheid was... Toen we geen afstand van elkaar hoefden te houden en onbevangen ons leven leefden... Ik hou me maar vast aan die songtekst van Leonard Cohen: There is a crack in everything, that’s how the light gets in.